PowNedNFI - Lowlands

Een misdrijf plegen voor de wetenschap op Lowlands

Een misdrijf begaan voor de wetenschap: op Lowlands kon het dit weekend. Festivalbezoekers konden een plaats delict betreden en zo meewerken aan onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut.

In de nieuwste aflevering van Het Misdaadbureau gaan Maaike Timmerman en Noa van Oostrom langs op Lowlands om mee te werken aan dit onderzoek. Waarom wordt dit onderzoek juist op Lowlands gedaan? En welke sporen laat je achter als je een misdaad pleegt?

  1. Het Misdaadbureau

Forensische spelen

Het verzamelen van data vindt plaats in een zeecontainer op het ‘Science Park’, in een hoekje van het terrein naast de grote tent, de Alpha. De deelnemers spelen een bepaald scenario uit: “Je doet als een crimineel”, legt Moore uit. “Je bent ergens aan het inbreken, je slaat iemand in elkaar en daarmee laat je sporen achter.”

Om te volgen wat de deelnemers doen, krijgen zij allemaal een smartwatch om hun dominante hand. Ook moeten ze een zwarte joggingbroek aantrekken. “Op deze broek kunnen we precies zien welke vezels zijn overgedragen”, legt Jan Peter van Zandwijk van het NFI uit.

Smartwatch

Tijdens het onderzoek moeten de deelnemers verschillende activiteiten doen. Noa begint met het ‘tikexperiment’, waarbij ze zo snel mogelijk op het juiste vlak moet slaan zodat het lampje uitgaat. “We willen kijken of al die bewegingen bepaalde informatie in de smartwatch produceren”, legt Van Zandwijk uit.

Hoewel het spel niets met criminaliteit te maken lijkt te hebben, levert het toch interessante informatie op. “We weten nu precies wanneer je bent begonnen met slaan en wanneer je bent gestopt”, vertelt Van Zandwijk. Die informatie kan in toekomstig onderzoek worden gebruikt, bijvoorbeeld wanneer iemand tijdens een mishandeling toevallig een smartwatch droeg. “Die sporen willen we begrijpen en kunnen zien wat de bewijswaarde ervan is voor slaan”, aldus Van Zandwijk. “Daarom voeren we dit soort experimenten uit.”

Slaan, schoppen en wachtwoorden kraken

In het volgende experiment moet Noa raden of wachtwoorden door mensen zijn bedacht of door een computer zijn gegenereerd. Romke van Dijk, digitaal onderzoeker bij het NFI, legt uit dat de data wordt gebruikt om een AI-model te trainen. “Dat AI-model kunnen wij gebruiken om in een grote hoeveelheid data uit strafonderzoeken wachtwoorden te vinden.” Deze wachtwoorden zijn nodig om toegang te krijgen tot apparaten die het NFI voor de politie onderzoekt, bijvoorbeeld om daar gegevens vanaf te halen.

“Ik mag weer flink los”, zegt Noa van Oostrom als ze ziet dat het volgende experiment slaan op een boksbal is. “Hier gaat het om kracht. We willen dat je met je smartwatch-hand, je dominante hand, vijf goede tikken tegen de boksbal geeft”, vertelt Moore.

Daarna mag Noa met haar benen tegen een bokszak met een veiligheidsvest aan schoppen. “We gaan hier nu kijken wat er naar je broek wordt overgedragen op het moment dat je iemand schopt”, legt vezeldeskundige van het NFI Jaap van der Weerd uit. “Om het contrast tussen het slachtoffer en de dader zo groot mogelijk te houden, heb je een zwarte broek aan.” Het experiment laat zien dat wanneer materiaal van het slachtoffer op de dader wordt gevonden, er een relatie kan worden gelegd. “Je ziet ze niet met het blote oog”, legt Van der Weerd uit. “Je hebt echt apparatuur en microscopen nodig om ze te zien.”

Uniek onderzoek

Het onderzoek van het NFI op Lowlands is uniek. “In de wereld wordt er nog niet heel veel onderzoek op dit gebied gedaan”, vertelt Van Zandwijk. De Hogeschool van Amsterdam en het NFI doen samen verschillende onderzoeken op het gebied van criminaliteit. Zo deden ze eerder onderzoek naar het overlijden van een slachtoffer en de gegevens op een smartwatch. “Bijvoorbeeld of je aan de hand van sporen op een smartwatch kunt zien wanneer iemand is overleden”, legt Van Zandwijk uit. “En dat gaat dan over het slachtoffer, maar in dit onderzoek gaat het over een dader.”

Nederland loopt met dit onderzoek dan ook voor op de rest van Europa, vooral als het gaat om het gebruik van smartwatches, vertelt Van Zandwijk. “We staan heel aan het begin van het gebruik van dit soort technologie in forensisch onderzoek.” Ondanks dat het een vrij recente ontwikkeling is, ziet het NFI veel potentie in de data die uit smartwatches kan worden gehaald. “Het zou heel veel toegevoegde waarde in een zaak kunnen hebben”, legt Van Zandwijk uit. “Maar dan moet je wel goed begrijpen wat die sporen betekenen en hoe die sporen kunnen ontstaan. En daarom doen we dit onderzoek.”

Benieuwd naar de rest van het experiment? Of hoor je graag nog meer over waar de data die het NFI op Lowlands heeft verzameld voor wordt gebruikt? Beluister dan de nieuwste aflevering van Het Misdaadbureau via je favoriete podcast-app.